Soft skills in communicatie: hoe toets je overtuigingskracht, sensitiviteit en regie?
Soft skills zijn bij communicatieprofessionals geen bijzaak, ze zijn de kern van het vak. Toch zijn het precies deze competenties die het moeilijkst te beoordelen zijn in een selectieproces. Overtuigingskracht, politieke sensitiviteit en regie nemen zijn niet zichtbaar op een cv en komen niet automatisch naar boven in een standaard kennismakingsgesprek. Het gevolg is dat veel selectiefouten ontstaan doordat deze vaardigheden worden aangenomen op basis van indruk, niet getoetst op basis van bewijs.
Bij Originals zien we dat organisaties die soft skills via gedragsgerichte interviewtechnieken toetsen, significant betere selectiebeslissingen nemen. Met concrete vragen en heldere scoringscriteria worden ook subjectieve gedragingen objectief bespreekbaar.
Waarom soft skills zwaarder wegen dan vakkennis
Bij communicatieprofessionals bepalen soft skills in hoge mate of iemand effectief is, ongeacht het niveau van vakinhoudelijke kennis. Een adviseur kan uitstekend schrijven en perfecte kanaalkennis hebben, maar als hij of zij geen draagvlak kan creëren of slecht omgaat met weerstand, strandt het werk alsnog.
Dit is geen mening, het is een patroon dat zich keer op keer voordoet bij organisaties die communicatieprofessionals werven. De kandidaat die op papier het sterkste profiel heeft, blijkt in de praktijk moeite te hebben met de informele verhoudingen in de organisatie. Of met het adviseren van een directeur die weinig openstaat voor tegengeluid. Omgekeerd zien we dat professionals met sterke soft skills hun vakinhoudelijke kennis snel opbouwen als daar behoefte aan is. De mens en de vaardigheid om met mensen om te gaan, zijn het meest moeilijk aan te leren.
De drie soft skills die in communicatiefuncties het meest bepalend zijn, zijn onderling verbonden. Overtuigingskracht is het vermogen om anderen mee te nemen in een redenering, ook zonder formele autoriteit. Politieke sensitiviteit is het lezen van verhoudingen, belangen en ongeschreven regels binnen een organisatie. En regie nemen is het proactief sturen op voortgang, prioriteiten en afstemming zonder dat daar altijd om gevraagd wordt. Iemand die regie neemt zonder sensitiviteit rijdt al snel over mensen heen. Iemand met sensitiviteit maar zonder overtuigingskracht blijft hangen in analyse zonder actie. De combinatie maakt een sterke communicatieprofessional.
Hoe toets je overtuigingskracht concreet in een gesprek?
Overtuigingskracht toets je door kandidaten te vragen naar situaties waarin zij iemand hebben moeten meekrijgen die aanvankelijk niet overtuigd was. De vraag is niet “bent u overtuigend?”, maar bijvoorbeeld: “Vertel over een moment waarop u een beslissing probeerde te beïnvloeden bij iemand met meer macht of ervaring dan u. Hoe pakte u dat aan en wat was het resultaat?”
Het antwoord vertelt je drie dingen tegelijk: welke strategie iemand kiest, hoe hij of zij omgaat met weerstand en of er een concreet resultaat is behaald. Kandidaten die alleen beschrijven wat ze hebben gezegd maar niet hoe de ander reageerde, laten zien dat ze zich weinig bewust zijn van de dynamiek in het gesprek. Daarom zijn de details waarop je let bij de beoordeling van groot belang.
Beschrijft de kandidaat de belangen van de ander, of alleen het eigen standpunt? Gebruikt de kandidaat meerdere strategieën, of is er maar één aanpak? Is er sprake van aanpassing op basis van feedback, of werd de boodschap simpelweg herhaald? En wat was het concrete effect op de beslissing of het gedrag van de ander?
Kandidaten met echte overtuigingskracht beschrijven bijna altijd het perspectief van de ander. Ze weten waarom iemand weerstand had en spelen daar actief op in. Dat is een ander niveau dan “ik heb mijn punt goed uitgelegd.”
Politieke sensitiviteit: signalen herkennen die kandidaten niet benoemen
Politieke sensitiviteit is de vaardigheid om organisatiedynamiek te lezen, informele machtsstructuren te begrijpen en daar bewust op te navigeren. Het is een van de moeilijkst te toetsen competenties, omdat mensen die het hebben er zelden expliciet over praten. De meest effectieve manier om het toch zichtbaar te maken is via een situationele casus.
Beschrijf een concrete organisatiesituatie, inclusief de verhoudingen en belangen van de betrokken partijen, en vraag de kandidaat hoe hij of zij zou handelen. Vervolgens vraag je door op het “waarom” achter elke keuze. Een praktische casus die effectief werkt: “Stel, je bent communicatieadviseur bij een middelgrote organisatie. De directeur wil een intern bericht sturen over een reorganisatie, maar de OR heeft nog geen goedkeuring gegeven. Jouw leidinggevende vraagt jou om het bericht alvast klaar te zetten. Wat doe je?”
Wat je zoekt in het antwoord is niet het “juiste” antwoord, maar het vermogen om meerdere belangen tegelijk te benoemen en daar bewust mee om te gaan. Kandidaten zonder sensitiviteit lossen het op als een technisch probleem. Kandidaten met sensitiviteit benoemen ook de risico’s voor de relatie met de OR, de positie van de leidinggevende en de reputatie van de organisatie. Voor functies waarbij interne verhoudingen complex zijn, is dit een cruciale toets.
Regie nemen: het verschil tussen proactiviteit en drukte
Regie nemen betekent dat iemand zonder opdracht van bovenaf zorgt dat een proces loopt, risico’s tijdig benoemt en afstemming organiseert. Het is iets anders dan druk zijn of veel initiatieven tonen. Echte regie is gericht, bewust en effectief.
Het onderscheid is subtiel maar belangrijk. Kandidaten die veel noemen wat ze hebben “opgepakt” of “aangestoken” laten niet automatisch zien dat ze regie hadden. De vraag is: wat was de impact, wie had dat anders gedaan en wat was er gebeurd als jij het niet had gedaan? Goede vragen om regie te toetsen zijn: “Beschrijf een situatie waarin een project dreigde te stagneren. Wat zag jij en wat deed jij, zonder dat iemand je dat vroeg?” en “Hoe zorg jij ervoor dat jouw opdrachtgevers tijdig geïnformeerd zijn, ook als er nog niets concreets te melden is?”
Een veelzeggende vraag is ook: “Geef een voorbeeld van een moment waarop je bewust hebt gekozen om iets niet op te pakken. Waarom?” Iemand met echte regievaardigheid weet ook wanneer hij of zij een stap terugzet. Dat is een teken van volwassenheid en strategisch denken, niet van passiviteit.
Zeven signalen van sterke soft skills in communicatie
De sterkste soft skills zijn zichtbaar in hoe iemand over anderen praat, niet alleen over zichzelf. Kandidaten die consistent in staat zijn om de situatie vanuit meerdere perspectieven te beschrijven, beschikken doorgaans over de soft skills die het vak vereist. Zeven concrete signalen om op te letten tijdens het gesprek zijn het volgende.
De kandidaat beschrijft de belangen van anderen zonder dat daarnaar gevraagd wordt. Antwoorden bevatten zowel actie als reflectie: wat deed ik en wat had ik anders kunnen doen? De kandidaat benoemt onzekerheid of complexiteit in plaats van alles glad te strijken. Er is zichtbaar onderscheid tussen situaties waarbij iemand invloed had en situaties waarbij dat niet het geval was. De kandidaat corrigeert zichzelf of nuanceert tijdens het gesprek op basis van nieuwe informatie. Concrete resultaten worden gekoppeld aan eigen gedrag, niet alleen aan omstandigheden of teamwerk. En de kandidaat vraagt zelf door als een casus onduidelijk is, in plaats van direct een antwoord te formuleren.
Dit zijn gedragspatronen die je niet kunt oefenen in vijf minuten voorbereiding. Ze komen voort uit echte ervaring en zelfinzicht. Dat maakt ze betrouwbare indicatoren, ook als het gesprek maar negentig minuten duurt. De uitdaging voor hiring managers is om de ruimte te creëren waarin deze signalen zichtbaar worden. Dat vraagt om een open, veilige gespreksstructuur en de discipline om niet te snel te interpreteren.
Soft skills per ervaringsniveau
De verwachtingen rond soft skills verschillen per ervaringsniveau. Wat je van een junior professional realistische kunt verwachten, verschilt sterk van wat je van een senior mag eisen. Voor juniors (0-3 jaar) kun je verwachten dat ze hun standpunt helder kunnen verwoorden, maar hebben ze weinig ervaring met weerstand van ingewikkelder stakeholders. Hun politieke sensitiviteit is beperkt: ze herkennen verhoudingen maar navigeren er nog niet actief op. Bij regievorming pakken juniors taken op als gevraagd, met weinig proactieve signalering.
Voor mediors (3-7 jaar) mag je verwachten dat zij hun aanpak aanpassen op basis van gesprekspartner en enige ervaring hebben met directies. Ze herkennen belangen en passen communicatie aan, hoewel ze soms nog reactief zijn. Bij regie nemen initiatieven zij initiatief binnen hun eigen werkgebied en vragen door bij onduidelijkheden.
Voor seniors (7+ jaar) verwacht je dat zij zonder formele autoriteit kunnen beïnvloeden en bewust aan vertrouwen bouwen. Ze lezen organisatiedynamiek snel, benoemen risico’s proactief en sturen processen aan, organiseren afstemming en bewaken voortgang structureel. Dit onderscheid is essentieel bij de beoordeling: niet elke soft skill is op elk niveau even belangrijk of even ontwikkeld.